Van het Wijnplein, door Johan Veenstra
De echte kelderfreak komt in het jongste nummer goed aan zijn trekken met een special over temperatuurcontrole, hygrometrie, ventilatie, hygiëne en energiebezuiniging. De behoefte is kennelijk groot en de vindingrijkheid van de fabrikanten blijkt steeds weer ongekend.
Verder onder meer actueel nieuws, een dossier over de wijnen van het Zuidwesten en tal van uitgebreide proefverslagen.
Progressie in het Zuidwesten
Het Zuidwesten is de verzamelnaam voor een enorme hoeveelheid wijngaarden tussen de Dordogne, de Pyreneeën en de Languedoc. Vanwege de plooiingen van de Pyreneeën en de erosie van de talrijke rivieren is het gebied veel minder homogeen dan de naam suggereert. De geografische scheiding en de historische rivaliteit tussen de verschillende wijnstreken hebben vanouds gezorgd voor uiterst individuele wijnen, rustiek en vol van kleur, die ter plaatse heerlijk zijn maar niet bepaald de moeite waard om mee te nemen. Inmiddels is er echter een nieuwe generatie ambitieuze en idealistische wijnbouwers opgestaan die zich tot taak gesteld heeft moderne wijnen te produceren zonder de oorsprong te verloochenen. In de ene appellation heeft dat geresulteerd in een merkbare progressie, in de andere is er van vooruitgang nog weinig te merken. Tegenover een generatie die vasthoudt aan hoge rendementen door geringe plantdichtheid, overbemesting en het elimineren van alle biologische leven op in de wijngaard staat een opkomende generatie van vooruitstrevende boeren die gericht is op kwaliteitsverbetering op het land en in de kelder. Dat gaat niet zonder excessen: de huidige mode van hypergeconcentreerde en zwaar door hout gedomineerde wijnen heeft hier en daar een enorme ravage opgeleverd. Michel Bettane acht dit van voorbijgaande aard. Hij wijst er wel op dat er nog twee problemen moeten worden opgelost: het verbeteren van het niveau van de vaak zeer middelmatige basiswijnen en het verhogen van de tarieven zonder zich uit de markt te prijzen.

Jurançon krijgt er van de RVF flink van langs: de droge wijnen zijn vaak alcoholisch, onevenwichtig en zuur met soms een reductieve neus. Alleen de wijnen van het type demi-sec en moelleux kunnen het panel bekoren.
Ook over het basisniveau van de madirans is de RVF niet te spreken: wrang, zuur, met ruwe, agressieve en onrijpe tanninen en een tekort aan fruit. Een goede madiran vereist een volledige rijpheid van de druiven en een verstandige extractie van de tannat. Pas dan kunnen zich donkere, krachtige wijnen met aroma's van cassis, gedroogde pruimen en kruiden ontwikkelen. Moderne technieken als microbullage kunnen de tekortkomingen in de wijngaard nooit compenseren. Integendeel, de fouten kunnen er zelfs door versterkt worden.
Cahors vertoont een groot contrast tussen enerzijds banale en verdunde basiswijnen en anderzijds luxewijnen die vaak karikaturaal zijn door een teveel aan hout of extractie van de tanninen. Voor door het terroir getypeerde wijnen, gemaakt zonder concessies aan de mode, is slechts beperkt plaats. In dit opzicht verwacht de RVF wel een stimulerende werking van het Maison du Vin de Cahors en zijn directeur M. Lafargue.

Iets intrigeert mij in dit scherpe oordeel van de RVF. Elders in het nummer wordt de hausse van buitenlandse investeringen in Gaillac beschreven. Schotten, Zwitsers, Zweden, een Deen en een enkele Duitser strijken sinds de jaren '80 in toenemende mate neer in de regio.
Teleurstelling is er over de wijnen van de Côtes de Duras. De witte missen corps en stijl, zeker in vergelijking tot de goede bergeracs, en de rode zijn verdund en smakeloos. De wijnen van de cave coopérative geven het gevoel dat er geen enkele ambitie leeft bij de producenten. Daartegenover is er in de Côtes du Marmandais veel progressie te vinden, met de beide coöperaties als voortrekkers.
Ook Buzet heeft veel te danken aan zijn cave coopérative, die de wijnen van de individuele eigenaars apart vinifieert en onder hun naam verkoopt. De rode wijnen zijn er goed maar de persoonlijkheid van de beste cuvées komt pas na verloop van tijd volop tot zijn recht.
Op de proefbank
Voorafgaand aan een beoordeling van de verschillende wijnen per regio geeft de RVF een overzicht van de beste producenten. Het blad maakt een indeling in vijf categorieen.
De meesters: Alain Brumont van de châteaux Montus en Bouscassé (Madiran), Henri Ramonteu van Domaine Cauhapé (Jurançon), Charles Hours van Clos Uroulat (Jurançon), Daniel Bilancini van Château Tirecul la Gravière (Monbazillac) en Alain Gayraud van Château Lamartine (Cahors).

De vaste waarden: Château la Caminade (Cahors), Clos Triguedina (Cahors), Château Eugénie (Cahors), Château les Rigalets (Cahors), Domaine Rotier (Gaillac), Domaine de Causse Marines (Gaillac), Château Bellevue la Forêt (Côtes du Frontonnais), Domaine Berthoumieu (Madiran), Château de Viella (Madiran), Château d'Aydie (Madiran), Château Lafitte-Teston (Madiran en Pacherenc du Vic-Bilh), Domaine Brana (Irouléguy), Clos Lapeyre (Jurançon), Clos Thou (Jurançon), Domaine Bru-Baché (Jurançon), Château Belingard (Monbazillac en Bergerac) en Château Moulin Caresse (Bergerac en Montravel).